Skoda Fabia: Controlelampjes
Inleiding voor het onderwerp
![]() |
Handrem |
![]() |
Remsysteem |
![]() |
Gordelwaarschuwingslampje voor |
![]() |
Automatische afstandsregeling (ACC) |
![]() |
Stuurbekrachtiging Vergrendeling stuurinrichting (motorstart door druk op de knop) |
![]() |
Stabiliseringscontrole (ESC) Aandrijfslipregeling (ASR) |
![]() |
Aandrijfslipregeling (ASR) uitgeschakeld |
![]() |
Antiblokkeersysteem (ABS) |
![]() |
Mistachterlicht |
![]() |
Uitlaatgascontrolesysteem |
![]() |
Voorgloeisysteem (dieselmotor) |
![]() |
Controle van de motorelektronica (benzinemotor) |
![]() |
Airbagsysteem |
![]() |
Bandenspanning |
![]() |
Brandstofreserve |
![]() |
Knipperlichten |
![]() |
Aanhangwagenknipperlichten |
![]() |
Mistlampen |
![]() |
Snelheidsregelsysteem Snelheidsbegrenzer |
![]() |
Rempedaal (automatische versnellingsbak) |
![]() |
Grootlicht |
![]() |
Automatische versnellingsbak |
![]() |
Gordelwaarschuwingslampje achter |
![]() |
Dynamo |
![]() |
Koelvloeistof |
![]() |
Motoroliedruk |
![]() |
Motoroliepeil |
![]() |
Defecte lamp |
![]() |
Roetfilter (dieselmotor) |
![]() |
Ruitensproeiervloeistofpeil |
![]() |
Start-stopsysteem |
![]() |
Weergave van een lage temperatuur |
![]() |
Automatische afstandsregeling (ACC) |
![]() |
Afstandswaarschuwing (Front Assist) |
![]() |
Voorwaarschuwing / noodstop (Front Assist) |
![]() |
Noodoproep |
![]() |
Servicebeurt |
De controlelampjes in het instrumentenpaneel geven de actuele toestand aan van bepaalde functies resp. storingen.
Bij sommige controlelampjes die gaan branden, klinken bovendien akoestische signalen en verschijnen meldingen op het display in het instrumentenpaneel.
Na het inschakelen van het contact gaan enkele controlelampjes ter controle van de werking van de wagensystemen kort branden. Indien de gecontroleerde systemen in orde zijn, gaan de betreffende controlelampjes enkele seconden na het inschakelen van het contact of na het starten van de motor uit.
De controlelampjes bevinden zich op de volgende plaatsen in het instrumentenpaneel afb. 29 op resp. afb. 30 op .
- Toerenteller 1
- Display 2
- Snelheidsmeter 3
- Rij controlelampjes 4
Controlelampjes op het display
Afhankelijk van de betekenis gaat samen met enkele controlelampjes op het
display ook het controlelampje (gevaar) of
(waarschuwing) in de rij
controlelampjes
branden.
ATTENTIE
|
Handrem
brandt - de handrem is aangetrokken.
Wanneer bij aangetrokken handrem een snelheid van 5 km/h wordt overschreden, klinkt een geluidssignaal.
- De handrem loszetten.
Remsysteem
brandt - het remvloeistofpeil in het remsysteem is te laag.
- De motor afzetten,
niet verder rijden! De hulp van een specialist inroepen.
ATTENTIE Een storing aan het remsysteem kan leiden tot een langere remweg bij het remmen - gevaar voor ongevallen! |
Gordelwaarschuwingslampje voor
brandt - de bestuurder resp. bijrijder heeft de veiligheidsgordel niet
omgegespt.
Bij een snelheid hoger dan 30 km/h knippert het controlelampje
en klinkt er
gelijktijdig een akoestisch waarschuwingssignaal.
Als de bestuurder resp. bijrijder de veiligheidsgordel vervolgens niet binnen ca.
2 seconden omgespt, wordt de waarschuwingstoon uitgeschakeld en brandt
het controlelampje continu.
Automatische afstandsregeling (ACC)
brandt - de vertraging van de ACC is onvoldoende.
- Het rempedaal intrappen.
Meer informatie over het ACC-systeem .
Stuurbekrachtiging/vergrendeling stuurinrichting
(motorstart door druk op de knop)
Storing in de stuurbekrachtiging
brandt - de stuurbekrachtiging is volledig uitgevallen en voor het sturen
is
aanmerkelijk meer kracht nodig.
brandt - de stuurbekrachtiging is gedeeltelijk uitgevallen en voor het
sturen
kan meer kracht nodig zijn.
- Het contact uitschakelen, de motor opnieuw starten en een korte afstand rijden.
- Als het controlelampje
niet uit gaat, de motor afzetten,
niet verder rijden.
De hulp van een specialist inroepen.
- Als het controlelampje
niet uit gaat, kan voorzichtig verder worden gereden.
Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Vergrendeling stuurinrichting defect (motorstart door druk op de knop)
knippert
Melding: Stuurvergrendeling defect. Stop! STUURINRICHTING DEFECT STOP
- De motor afzetten,
niet verder rijden. Na het uitschakelen van het contact zal het niet meer mogelijk zijn de stuurinrichting te vergrendelen, de elektrische verbruikers te activeren (bv. infotainment), het contact weer in te schakelen en de motor te starten. De hulp van een specialist inroepen.
knippert
Melding: Stuurvergrendeling: werkplaats! STUURINRICHTING WERKPLAATS
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Vergrendeling stuurinrichting niet ontgrendeld (motorstart door druk op de knop)
knippert
Melding: Stuurwiel bewegen, alstublieft.
STUURWIEL BEWEGEN
- Het stuurwiel iets heen en weer bewegen, daardoor kan de vergrendeling van de stuurinrichting gemakkelijker worden ontgrendeld.
- Wanneer de stuurinrichting niet wordt ontgrendeld, dan moet de hulp van een specialist worden ingeroepen.
Losmaken van de accukabels
Als de accukabels zijn losgemaakt en weer zijn aangesloten, gaat na het
inschakelen
van het contact het controlelampje branden.
Na even te hebben gereden, moet het controlelampje doven.
Als de motor opnieuw wordt gestart en het controlelampje na een korte rit niet uitgaat, is er sprake van een storing in het systeem.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Stabiliseringscontrole (ESC)/tractiecontrole (ASR)
knippert - de ESC resp. de ASR grijpt nu in.
brandt - er is een ESC- of ASR-storing.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Als het controlelampje na het starten van de motor gaat branden, kan de
ESC of de ASR om technische redenen uitgeschakeld zijn.
- Het contact uit- en weer inschakelen.
Als het controlelampje na het opnieuw starten van de motor niet meer
brandt, functioneert de ESC of de ASR weer volledig.
Losmaken van de accukabels
Als de accukabels zijn losgemaakt en weer zijn aangesloten, gaat na het
inschakelen
van het contact het controlelampje branden.
Na even te hebben gereden, moet het controlelampje doven.
Als na een korte rit het controlelampje niet uitgaat, is er sprake van een storing in het systeem.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Nadere informatie over het ESC-systeem of ASR-systeem pag.
183.
Tractiecontrole (ASR) uitgeschakeld
brandt - het ASR-systeem is gedeactiveerd.
Antiblokkeersysteem (ABS)
brandt - er is een ABS-storing.
Voor het afremmen van de wagen wordt alleen nog het gewone remsysteem zonder het ABS gebruikt.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
ATTENTIE
|
Mistachterlicht
brandt - het mistachterlicht is ingeschakeld.
Uitlaatgascontrolesysteem
brandt - er is een storing in het uitlaatgascontrolesysteem. Het systeem
biedt de mogelijkheid voor het rijden in een noodprogramma - er kan een
merkbaar vermogensverlies ontstaan.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Voorgloeisysteem (dieselmotor)
knippert - er is een storing in de motorregeling. Het systeem biedt de
mogelijkheid
voor het rijden in een noodprogramma - er kan een merkbaar vermogensverlies
ontstaan.
Als het controlelampje na het inschakelen van het contact niet of continu
brandt, is er een storing in het voorgloeisysteem aanwezig.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Controle van de motorelektronica (benzinemotor)
brandt - er is een storing in de motorregeling. Het systeem biedt de
mogelijkheid
voor het rijden in een noodprogramma - er kan een merkbaar vermogensverlies
ontstaan.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Airbagsysteem
Systeemstoring
brandt
Melding: Storing: airbag STORING AIRBAG
- De hulp van een specialist inroepen.
De bijrijdersvoorairbag is met de sleutelschakelaar buiten werking gesteld
brandt na het inschakelen van het contact 4 seconden.
Een van de airbags of gordelspanners is met het diagnose-apparaat buiten werking gesteld
brandt na het inschakelen van het contact 4 seconden en knippert vervolgens
nog 12 seconden
Melding: Airbag/ gordelspanner uitgeschakeld.
AIRBAG/ GORDELSPANNER UIT
ATTENTIE Bij een storing in het airbagsysteem bestaat het gevaar dat het systeem bij een ongeval niet wordt geactiveerd! Deze moet direct door een specialist worden gecontroleerd. |
Bandenspanning
Wijziging van de bandenspanning
brandt - bij een van de banden is de bandenspanning veranderd.
- Meteen de snelheid verlagen en heftige stuur- en remmanoeuvres voorkomen.
- De wagen stoppen, het contact uitschakelen en de banden en de bandenspanningen controleren .
- De bandenspanning zo nodig corrigeren of het betreffende wiel vervangen resp. de bandenafdichtset gebruiken .
- De bandenspanningswaarden in het systeem opslaan .
Systeemstoring
knippert ongeveer 1 minuut en brandt verder - er kan een storing in het
systeem
voor de bandenspanningscontrole zijn.
- De wagen stoppen, het contact uitschakelen en de motor weer starten.
Als het controlelampje na het starten van de motor weer knippert, is er een
systeemstoring.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Losmaken van de accukabels
Als de accukabels zijn losgemaakt en weer zijn aangesloten, gaat na het
inschakelen
van het contact het controlelampje branden.
Na even te hebben gereden, moet het controlelampje doven.
Als na een korte rit het controlelampje niet uitgaat, is er sprake van een storing in het systeem.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Andere gevallen
Voor het gaan branden van het controlelampje kunnen ook de volgende redenen
bestaan.
- De wagen is eenzijdig beladen. De lading gelijkmatig verdelen.
- De wielen van één as zijn zwaarder belast (bv. bij het rijden met een aanhangwagen of bij bergop of bergaf rijden).
- Sneeuwkettingen zijn gemonteerd.
- Een wiel werd verwisseld.
VOORZICHTIG
Onder bepaalde omstandigheden (bv. bij een sportieve rijstijl en op
gladde of
onverharde wegen) kan het controlelampje
![]() |
Brandstofreserve
brandt - de brandstofvoorraad in de brandstoftank heeft de
reservehoeveelheid
(circa 7 liter) bereikt.
- Tanken .
Let op De tekst op het display gaat uit als er is getankt en een kort stuk is gereden. |
Knipperlichten
knippert - het linkerknipperlicht is ingeschakeld.
knippert - het rechterknipperlicht is ingeschakeld.
Bij een storing van het knipperlicht, knippert het controlelampje ongeveer twee keer zo snel (geldt niet bij aanhangwagengebruik).
Bij ingeschakelde alarmlichten knipperen alle knipperlichten alsmede de beide controlelampjes.
Aanhangwagenknipperlichten
knippert - de aanhangwagenknipperlichten zijn ingeschakeld.
Als een aanhangwagen is aangekoppeld en het controlelampje # niet knippert, is een van de aanhangwagenknipperlichten uitgevallen.
- De aanhangwagengloeilampjes controleren.
Mistlampen
brandt - de mistlampen zijn ingeschakeld.
Snelheidsregelsysteem/snelheidsbegrenzer
brandt - de rijsnelheid wordt door het snelheidsregelsysteem resp. de
automatische
afstandsregeling of door de snelheidsbegrenzer geregeld.
knippert - de met de snelheidsbegrenzer ingestelde snelheidslimiet is
overschreden.
Rempedaal (automatische versnellingsbak)
brandt - het rempedaal intrappen.
Grootlicht
brandt - het grootlicht resp. het grootlichtsignaal is ingeschakeld.
Automatische versnellingsbak
Versnellingsbak oververhit
Het controlelampje verschijnt alleen op het MAXI DOT-display.
brandt
Melding: Versnellingsbak oververhit: Doorrijden mogelijk.
VERSNELLINGSBAK OVERVERHIT
De versnellingsbak is oververhit, er kan voorzichtig verder worden gereden.
brandt
Melding: Versnellingsbak oververhit. Stop! Instructieboekje! VERSN_BAK OVERVERHIT STOP
Niet verder rijden! Stoppen en de motor afzetten.
Na het uitgaan van het controlelampje kan de rit worden voortgezet.
- Indien het controlelampje niet uitgaat,
niet verder rijden! De hulp van een specialist inroepen.
Versnellingsbakstoring
Het controlelampje verschijnt alleen op het MAXI DOT-display.
brandt
Melding: Versnellingsbak defect. Wagen veilig stoppen! VERSN_BAK DEFECT WERKPLAATS
- De motor afzetten,
niet verder rijden! De hulp van een specialist inroepen.
brandt
Melding: Versnellingsbak in noodprogramma. Geen achteruitver.
STORING VERSN_BAK GEEN ACHTERUIT of Storing: Versnellingsbak. Snelheid wordt begrensd.
STORING VERSNELLINGSBAK
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Gordelwaarschuwingslampje achter
brandt - niet omgegespte veiligheidsgordel op de zitplaats achterin.
brandt - omgegespte veiligheidsgordel op de zitplaats achterin.
Als de veiligheidsgordel op de zitplaats achterin wordt omgegespt resp. afgedaan, gaat het betreffende lampje kort branden en geeft hiermee de actuele gordelstatus aan.
Dynamo
brandt - bij draaiende motor wordt de accu niet geladen.
- Omdat tijdens het rijden de accu wordt ontladen, dienen alle niet beslist noodzakelijke elektrische verbruikers (bv. infotainment) te worden uitgeschakeld.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
VOORZICHTIG
Als tijdens het rijden bovendien naast het lampje
![]() ![]() ![]() |
Koelvloeistof
Koelvloeistofpeil te laag
brandt
Melding: Controleer koelvloeistof! Instructieboekje! KOELVLOEISTOF CONTROLEREN
- Stoppen, de motor afzetten en laten afkoelen.
- Het koelvloeistofpeil controleren .
Indien het koelvloeistofpeil in het voorgeschreven gebied ligt en het
controlelampje
opnieuw gaat branden, dan kan er een storing in de koelluchtventilator
zitten.
- Het contact uitschakelen.
- De zekering voor de koelluchtventilator controleren en deze zo nodig vervangen.
Indien het koelvloeistofpeil en de zekering voor de koelluchtventilator in
orde
zijn en het controlelampje opnieuw gaat branden
niet verder rijden!
- De hulp van een specialist inroepen.
Koelvloeistoftemperatuur te hoog
brandt
Melding: Motor oververhit. Stop! Instructieboekje raadplegen.
STOP MOTOR OVERVERHIT
- Stoppen, de motor afzetten en laten afkoelen.
- De rit pas weer voortzetten nadat het controlelampje
is uitgegaan.
Motoroliedruk
knippert - de motoroliedruk is te laag.
- Stoppen, de motor afzetten en het motoroliepeil controleren.
- Als het controlelampje knippert,
niet verder rijden, ook als het oliepeil in orde is! De motor ook niet stationair laten draaien.
- De hulp van een specialist inroepen.
VOORZICHTIG
Als het bijvullen van motorolie niet mogelijk is,
![]() |
Motoroliepeil
Motoroliepeil te laag
brandt
Melding: Motorolie bijvullen, alstublieft.
OLIE BIJVULLEN
- Stoppen, de motor afzetten en het motoroliepeil controleren resp. motorolie bijvullen.
Als de motorkap langer dan 30 seconden geopend blijft, dooft het controlelampje.
Als er geen motorolie wordt bijgevuld, gaat het controlelampje na circa 100 km weer branden.
Motoroliepeil te hoog
brandt
Melding: Oliepeil verlagen a.u.b.
OLIEPEIL TE HOOG
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
Storing in motoroliepeilsensor
brandt
Melding: Oliesensor: een werkplaats opzoeken, a.u.b.
OLIESENSOR WERKPLAATS
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
VOORZICHTIG
Als het bijvullen van motorolie niet mogelijk is,
![]() |
Defect lampje
brandt - een van de lampjes is defect.
Op het display verschijnt een melding voor het betreffende lampje.
Roetfilter (dieselmotor)
Het roetfilter filtert en verbrandt de roetdeeltjes uit het uitlaatgas.
brandt - het filter is verzadigd met roet.
Om het roetfilter te reinigen, moet, als de verkeerssituatie dit toelaat ,
gedurende
minimaal 15 minuten of tot het uitgaan van het controlelampje
als
volgt worden gereden.
- 4. of 5e versnelling ingeschakeld (automatische versnellingsbak: stand D / S).
- Rijsnelheid minimaal 70 km/h.
- Motortoerental tussen 1800-2500/min.
Als het filter succesvol is gereinigd, gaat het controlelampje
uit.
Als het filter niet succesvol is gereinigd, dooft het controlelampje
niet
en
begint het controlelampje
te knipperen.
- Er kan voorzichtig verder worden gereden. Onmiddellijk de hulp van een specialist inroepen.
ATTENTIE
|
VOORZICHTIG
|
Let op Wij adviseren continu stadsverkeer te vermijden. Hierdoor wordt het verbrandingsproces van roetdeeltjes in het roetfilter begunstigd. |
Ruitensproeiervloeistofpeil
brandt - het ruitensproeiervloeistofpeil is te laag.
- Ruitensproeiervloeistof bijvullen .
Start-stop-systeem
De controlelampjes geven de toestand van het start-stopsysteem aan
.
Weergave voor lage temperatuur
brandt - de buitentemperatuur ligt onder +4 °C.
ATTENTIE Ook bij buitentemperaturen van rond +4 °C kan gladheid optreden! Ga er daarom niet alleen op basis van de buitentemperatuurmeter van uit dat het op de weg niet glad is. |
Automatische afstandsregeling (ACC)
De controlelampjes geven de toestand van het ACC-systeem aan.
Afstandswaarschuwing (Front Assist)
Het controlelampje verschijnt alleen op het MAXI DOT-display.
brandt - de veilige afstand tot de voorligger is onderschreden.
Informatie over het systeem Front Assist .
Voorwaarschuwing/noodstop (Front Assist)
brandt - het systeem heeft een aanrijdingsgevaar herkend of automatisch
een noodstop gemaakt .
Noodoproep
brandt - er is een storing in het noodoproepsysteem.
- De hulp van een specialist inroepen.
Service
brandt - aanwijzing over een noodzakelijke servicebeurt Afstand
en dagen tot de eerstvolgende servicetermijn weergeven.
Zie ook:
Renault Clio. Accu: pechhulp
Om vonkvorming te voorkomen:
Controleer of alle stroomverbruikers (binnenlichten,
enz.) zijn uitgeschakeld voordat
u de accuklemmen losmaakt of aansluit.
Schakelt u de acculader uit voordat ...
Skoda Fabia. Algemeen
Dit instructieboekje aandachtig doorlezen, omdat dit een voorwaarde vormt
voor een juiste bediening van de wagen.
Bij het gebruik van de wagen dienen altijd de algemeen geldende
landspecifieke
...